#sport

Rock Bums van de High Sierra

Ik Klim, dus Ik Ben

Rock Bums van de High Sierra

Foto's door Pete Clark, een huisarts en sportarts met een praktijk in Mammoth Lakes, Californië. Hij is officieel verbonden aan de Ski and Snowboard Association van de USA. Hij is blij dat hij zijn respectabele baan, gezinsleven en het feit dat hij zich nooit aan een enkele sport heeft gewijd kan gebruiken als sterke argumenten om zijn vrienden, die topatleten zijn, te volgen over rotsen, sneeuw en ijs

Josh Huckaby midden op de Matthes Crest, Yosemite NP, op een link-up-dag met meerdere toppen.

Dus nu klimmen we Het enige dat we doen is klimmen En we zullen blijven klimmen Tot de dag dat we sterven...

Dan komt het moment - half gevreesd, half naar gehunkerd - als de weide eindigt en de rots begint. We zitten, alle negen, op de verspreide rotsblokken hier aan de rand, met de nazomerzon die opkomt boven de zuidoostelijke tentakel van Mount Conness.

Ryan Boyer kijkt naar het schemerlicht op de Incredible Hulk.

We verwisselen onze cross-countryschoenen voor plakkerige, met rubber beklede klimschoenen. We eten een hap of twee van een of ander merk geconcentreerd voedsel. Of pindakaas en jam. Of chocola. We zuigen water uit plastic blazen, doen onze rugzakken om en stappen op en in een onvoorstelbaar op zijn kop gekeerd landschap van graniet.

Pete Clark traint voor grote bergen, gebruikt ijshaken op een drytooling rots en doet zichzelf pijn. (Foto van: Josh Huckaby)

En dan is er het nu. Alleen het nu. We zijn geen timmerlieden of koks. We zijn geen artsen of sommeliers of basisschoolonderwijzers. We hoeven geen rekeningen te betalen of brandhout te hakken of kinderen naar voetbaltraining te brengen. We zijn alleen ingewikkelde mechanismen die perfect geschikt zijn om onszelf omhoog te hijsen. We zijn sterk en lenig en gratieus. Althans, voor zover onze hersenen ons toestaan alleen dat te zijn.

Honderden meters boven ons rijst de West Ridge, gebarsten, gebroken en rommelig: grafstenen en aanrechtbladen, duikplanken en vinnen, mesranden en hele, onverscheden mausoleums opgestapeld van hier tot in de lucht.

Lisa Bedient na het beklimmen van de Dark Angel boven Tenaya Lake, Touloumne Meadows, Yosemite N.P. (Foto van: Josh Huckaby)

Le haut connaît le bas, le bas ne connaît pas le haut, schreef René Daumal in Mont Analogue, een rare, allegorische roman die ik af en toe weer oppak, diep in de nacht - ik klim over een paar bladzijden en leg hem weer weg.

Wat boven is kent beneden, wat beneden is kent boven niet.

Een paar treden boven de toendra, comfortabel in de schaduw, zit een jong heerschap uit Cambridge, Engeland, met een helm op zijn hoofd en een touw van beveiligingstoestel aan zijn harnas dat naar boven leidt, naar een partner ergens voorbij de horizon.

Wij hebben geen touw. Wij hebben geen harnas. Wij hebben alleen onze handen en voeten en ons verstand om ons aan de rots gekluisterd te houden.

Amber Fazzino worstelt met de Dike Wall in Mammoth Lakes.

Goede morgen, zeg, alsof het niets is. Alsof mijn metgezellen - allemaal veel meer ervaren dan ik in het werken met en tegen de zwaartekracht - niet al verdween waren over de rand van het mes, klauterend met handen en voeten als de primaten die we vroeger waren, wat de meesten van ons vergeten zijn. Alsof ik niet mezelf al voorstelde als een bibberend hoopje, wachtend op de helikopter om mijn lichaam van de berg af te komen halen. Mag ik er even langs?

“Klim je solo?” zegt hij.

Om de een of andere reden had ik dat nog niet zo bedacht. Ja, dat zou je kunnen zeggen, antwoord ik. En dan kom ik bij een doodlopend stuk en moet naar beneden klimmen, zijn lijn kruisen en opnieuw beginnen via een andere route.

Ik ben niet echt alleen. Ik heb acht mede-klimmers. Maar als het eropaan komt is het enige dat ze voor me zouden kunnen doen me weer bij zinnen te brengen - zodanig dat ik mezelf mogelijk uit welke onmogelijke positie waar ik dan ook in terecht gekomen was kon bevrijden.

Dan Molnar klemt bouten met blote borst op een midwinterse skidag na poedersneeuw.

Wonderlijk genoeg ligt vrijwel ieder stuk waar ik naar reik, iedere plek waar ik mijn tenen plaats, iedere bult, lip of echte richel, althans, negen van de tien, verankerd van boven door de eigen massa, of door een ander gewicht daarboven, door de storthoek. Het houdt me. Het is comfortabel en stevig. En wat niet stevig is kan vermeden worden.

Ryan Boyer hoopt op diep water, Tenaya Canyon, Yosemite NP.

Toch, iedere keer dat ik dit doe (wat afhankelijk van of ik toevallig klaar ben met een klim of nog moet beginnen, altijd niet vaak genoeg is, of een keer te vaak) denk ik bij mezelf: Waarom doe ik dit?

Er is natuurlijk de angst om het evenwicht te verliezen, uit te glijden, je vingertoppen te ontvellen bij een glijpartij over de ruwe rots. Er is de angst voor een vrije val, de lange pauze in de lucht, het stuiteren, de klap, verbrijzeld worden op de puinhelling ver beneden. En die angst, hoewel niet bijzonder rationeel, dreigt altijd werkelijkheid te worden. Ik heb goede vrienden die zonder bescherming een lange val gemaakt hebben, wiens enkel verbrijzeld raakte of gedwongen werden een nieuw leven te beginnen in een rolstoel. En ja, er zijn er ook een paar overleden.

Zwaartekracht is een constante hier. Het is mijn bijzonder goede vriend en ook een akelige vijand. Een paar centimeter deze kant op is goed. Een paar centimeter naar de andere kant, niet echt.

We willen graag geloven dat er een grens is tussen verstand en waanbeeld. Maar eigenlijk is die grens er niet. De spanning hier, net als in het hele leven, is de voorzichtige beweging van een plek die veilig en stevig en bekend is, naar een nieuwe plek, die dat hoogstwaarschijnlijk niet is.

Sanda Horna danst over het Gong Show dak, Rock Creek Canyon.

Zou ik veiliger zijn als ik op mijn rug in een wei lag? Absoluut. Is het minder waarschijnlijk dat ik gewond raak als ik thuis op mijn terras mijn verwelkte tomatenplant water geef? Waarschijnlijk. En gelukkig is dat een plek waar ik weer terug zal komen - later. Tot die tijd heb ik geen keuze: ik moet vertrouwen op mijn vrienden en de beweging van de planeet, en gewoon verder gaan.

Ik kan niet verder. Ik moet verder.

En dus kruip ik oh zo lichtjes over deze schitterende micro-topografie. Dit is reizen in het meest elementaire vorm.l Hier een neon-groene plak korstmos. Daar de geur van geplette polei. Een losse plak waar ik overheen moet reiken. Het geluid van een opwaartse luchtstroom door de veren van een raaf. Water dat langzaam naar beneden sijpelt. Ten slotte, eindelijk, een windstille bergtop en een lauwwarm blikje bier, waarbij tijd en je perifere blikveld heel langzaam weer binnen komen kruipen.

Maar voor nu is er het nu. Alleen het nu.

Pete Clark op een 4e-klasse \"Hurd Burn\" route. (Foto van: Josh Huckaby)




Pinterest Tumblr

David Page

David Page heeft geschreven voor The New York Times, Men's Journal, Skiing, Esquire, Outside, en heel veel andere publicaties. Hij is de auteur van de 'Explorer's Guide to Yosemite and the Southern Sierra Nevada' (Countryman Press/W.W Norton), die de Lowell Thomas-award gewonnen heeft, en nu een tweede druk krijgt.
Lees meer

Welke activiteit is voor jou tegelijkertijd uitdagend en inspirerend?



Deel Jouw Verhalen Instagram

Gebruik de hashtag #sandiskstories om kans te maken op publicatie op deze site.

Schrijf je in voor speciale aanbiedingen!

Ontvang speciale aanbiedingen en fotografietips van SanDisk.